Ik ben volledig in mijn element. Tijdens een koffieochtend luistert een groep vrouwen geïnteresseerd naar me. Ik vertel over een periode dat ik met een paar vrouwen optrok. ‘Op een keer spraken we over het verhaal van de verloren zoon. Mijn vriendin moest vreselijk huilen. Ze realiseerde zich dat ze zich aan God moest overgeven. Maar dat wilde ze niet, ze was er heel stellig in…’


Een zucht van teleurstelling gaat door de zaal.
‘En toen? Wat gebeurde er toen?’ vraagt een vrouw.
‘En toen niets. De gesprekken stopten en zij ging verder met haar leven en ik ook.’
‘Hoelang is dat geleden?’ vraagt dezelfde vrouw.
Ik ben even stil. ‘Vijf jaar.’


Ik slik. Vijf jaar!


‘Hebben jullie nog contact?’
Wat een volhouder is ze zeg! Ik krijg het er warm van.
‘Ehm…’ Ik aarzel, maar besluit dan eerlijk te zijn. ‘Nee, we zijn allebei meer gaan werken. We zien elkaar nooit. Maar we liken elkaar wel op Facebook!’
‘Dat telt niet, dat kun je geen contact noemen. Je bent haar dus uit het oog verloren.’
Wow, die zit. Zal ik zeggen dat ik iedere avond voor haar bid? Dat klinkt mooi. Ik doe het niet, het is namelijk niet waar. Ik zwijg.
De tijd is om, de gastvrouw seint dat ik moet afsluiten.
‘Hier het bewijs dat ik een mens ben die faalt. Mijn vriendin is gelukkig niet door God uit het oog verloren. Vinden jullie het goed dat ik nu voor haar bid?’ Ik sluit af en bid met meer passie dan ik lange tijd heb gedaan.


Onderweg naar huis huil ik. Ik denk aan een film die ik ooit zag. Er kwam een generaal in voor. Zo’n veel te dikke, onuitstaanbare vent met een grote sigaar in zijn hoofd. Hij zat in zijn luxe leunstoel orders uit te delen en ondertussen zag je de soldaten een voor een sneuvelen in de loopgraven. Ik voel me als zo’n generaal. Ik vertel anderen hoe ze over God moeten vertellen en heb er zelf geen tijd voor.


Is het echt vijf jaar geleden? Waarom heb ik haar nooit meer gezien? Heb ik het dan echt zo druk? Waarmee? Waar zijn die moeders die ik kende van de basisschool? Waarom drink ik nooit koffie met mijn buurvrouwen? Waarom ken ik mijn nieuwe buren nauwelijks?


‘Het roer gaat om!’ Ik zeg het hardop. ‘Ik ben geen armchair generaal. Ik ben druk en dat geeft niets, maar ik ga het anders doen.’ Ik voel me vastberaden. Ik ga uit mijn bubbel stappen!
Hoe? In mijn hoofd ontstaan plannen.
Nee, het moet nog fundamenteler.
Eerst bidden en met God overleggen. Ik hoor al jaren dat ik in Zijn voorbereide wegen mag wandelen. Dat is precies wat ik ga doen.


Wil je meer lezen over dit proces? Lees dan het boekje Hoe ik ging doen wat ik niet durfde. Het beschrijft het proces dat hierna volgde.


Deze blog is eerder verschenen bij www.sestra.nl

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *