Blog

Een dochter vliegt uit (4)

Op mijn telefoon komt een appje binnen van Sara: of ik haar nu kan bellen… Wat is er gebeurd? Lees verder in de blog van Sara in Amerika en Mira in Almere. Deel 4 van Een dochter vliegt uit.


Sara:

We kregen de kans om een diner te hebben in een centrum voor vrouwen die eigenlijk in de gevangenis moeten zitten, maar zich zo goed gedragen dat ze daar mogen zijn. Deze vrouwen hebben vaak echt heftige dingen gedaan: van drugs dealen tot moord, het was er allemaal, en wij spraken en bemoedigden hen. Om heel eerlijk te zijn, vond ik hen best intimiderend. De meesten hebben een heftige persoonlijkheid. Heel erg “outgoing” en de drang om zichzelf te bewijzen. Maar het was echt tof om met ze te spreken en over God te delen. Ik merkte ook dat het hen goed deed om normaal behandeld te worden, als een gelijke.

En we zijn ook nog naar Skid Row geweest. Dat is het gebied in Downtown Los Angeles waar alle zwervers in tenten verblijven. Bijgevoegde foto laat een goed beeld ervan zien: straten en straten vol met tenten. We gingen naar een opvangcentrum waar gezinnen zitten die op de straat leven. We mochten met de kids spelen, we hebben liedjes gezongen, rondgerend en ze verhalen verteld over Europa (de meesten wisten niet eens wat Europa is 😆). Het is echt hartverscheurend om de verhalen van die kinderen te horen. Maar het was goed om bij ze te zijn en met ze chillen.

Als ik dit zo meemaak met de groep, heb ik zo’n zin in de outreaches! Het is ook wel heel spannend, maar zo tof om lekker concreet mensen te helpen en over God te vertellen. Ik zie er echt naar uit.


Mira:

Ik zit te werken als ik zie dat er een appje binnenkomt:

– Kan een van jullie effe bellen? – Mam of pap? –

De berichtjes zijn van Sara in de gezinsapp. Gelukkig zit ik net op mijn telefoon omdat er allemaal weer gedoe is rondom het stomme Corona virus.

‘Ja’, app ik terug. En direct daarna belt Sara. In tranen. Direct springen bij mij ook de tranen in mijn ogen. ‘Wat is er gebeurd meisje?’ vraag ik geschrokken.

De verbinding is krakerig, ze moet twee keer opnieuw bellen voordat ze een plekje heeft gevonden met fatsoenlijke wifi. Met horten en stoten komt het verhaal eruit. De outreach naar Kenia gaat niet door, de andere helft van de groep zou naar de Filipijnen gaan, dat is ook al gecanceld en of er voor beide groepen een andere plek is, weten ze nog niet. De grenzen gaan dicht en ze vraagt zich af of áls ze al op outreach gaan, ze daarna nog terug kunnen om het programma af te ronden? En kan ze daarna überhaupt wel naar huis komen? Alles is nu onzeker en dat is gewoon moeilijk, vooral als je dan ook nog zo ver van huis bent.

We zuchten allebei even heel diep en ik beaam dat onzekerheid inderdaad lastig is. Even huilen lucht dan op. Gelukkig weten we beiden dat het verlangen om ‘mensen lekker concreet te helpen en over God te vertellen’ niet van een bepaald land of plek af hangt. ‘Wie weet Saar, als het Corona virus in LA heftig wordt, hebben de mensen daar, op de Skid Row, jullie heel hard nodig… je weet niet hoe dingen lopen. En naar huis kun je altijd komen hoor, daar hoef je niet bang voor te zijn.’

‘Weet je mam,’ zegt ze dan, en ze klinkt alweer een stuk rustiger, ‘Het zaadje om naar Kenia te gaan is in mijn hart gepland, en dat laat ik niet meer roven.’

Dat is bijzonder, denk ik, als we de verbinding verbreken, dat is dan mijn tweede dochter die in de toekomst per se naar Afrika wil. Misschien ga ik vragen of God ook in mijn hart zo’n zaadje plant; kunnen we met zijn drieën gaan.


Lees volgende week meer over hoe het verder gaat…

Heb je voorgaande berichten gemist? Klik door naar deel 1.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *