Sifra en Pua

Twee moedige vrouwen

Lees Exodus 1

Het volk van Israël leefde als slaaf in Egypte. Zo’n 400 jaar daarvoor emigreerden Jacob en zijn familie, zo’n 70 man, op uitnodiging van de toenmalige farao en hun eigen broer Jozef bij het uitbreken van een hongersnood naar het land Gosen. Dit is een vruchtbare streek in de rivierdelta van de Nijl in Egypte.

Jarenlang leefden ze daar als vrije mensen, en de familie groeide. Nadat Jozef en farao stierven, ontstond er langzamerhand angst bij de nieuwe farao’s voor Israël. Het volk werd zo groot, dat ze het aantal mensen van het land Egypte overtrof. Om te voorkomen dat ze de macht over zouden nemen, nam de farao hen toen maar in bezit: hij maakte slaven van hen en liet hen heel hard werken. Ze moesten steden voor hem bouwen.

Hadden ze na een aantal jaren in Egypte te hebben gewoond, nog weg kunnen gaan, terug naar hun vertrouwde gebieden, na 400 jaar is het te laat. Ze kúnnen en mogen niet meer weg. Ze zitten gevangen. En dan zijn daar twee vrouwen: Sifra en Pua, verloskundigen. Van de farao krijgen zij de opdracht om alle jongetjes die geboren worden te doden (Exodus 1:15). Maar dat doen ze niet: ze hebben ontzag voor God. Ze redden de jongetjes en vertellen de farao dat de Hebreeuwse vrouwen gewoon heel sterk zijn en alleen hun kinderen ter wereld brengen. Het maakt de farao niet uit. ‘Doen jullie het niet? Dan doen we het zelf wel.’ De farao geeft de soldaten de opdracht om de baby’s te doden.

We vinden het mooi dat die twee vrouwen, Sifra en Pua, meer ontzag voor God hebben dan voor de farao. En ergens vinden we het ook nog heel normaal en vanzelfsprekend toch? ‘Ik zou dat ook zo hebben gedaan,’ denk je vast als je dit leest.

Is de reactie van Sifra en Pua normaal en vanzelfsprekend? Het volk heeft in Exodus 1 geen Bijbel, kerk, synagoge, tabernakel, godsdienst of rituelen (alleen besnijdenis). Er zijn nog geen boeken, psalmen, YouTube, preken, conferenties, vrouwengroepen… Ze kennen een aantal verhalen van hun voorouders die honderden jaren daarvoor geleefd hadden. Mooie verhalen, dat wel, maar al heel lang geleden en wat voor betekenis heeft het voor hen voor het hier en nu?

Ze groeiden op in een land met een sterke religie en een god tastbaar aanwezig: hun farao. Niet zomaar iemand, niet een gewoon mens van vlees en bloed, maar hij is volgens hemzelf een god. Met magiërs in dienst die kunnen toveren, mensen met angstaanjagende machten. Daarnaast is er een levendige offerdienst: Ra, Isis en nog een hele lijst. Diverse goden worden aanbeden. Het leven is doordrenkt met religie, afgodendienst, toverij en duisternis.

En daar middenin houden deze twee vrouwen stand. Zij buigen niet voor de god die vereerd wordt in het land, zij lijken niet bang te zijn voor de persoon waar iedereen bang voor is. Zij doen hun werk, vol overgave en met eerbied voor God. Dat is inderdaad bijzonder en krachtig. Hoe zou jij hebben gedaan? Hoe zou jij hebben gereageerd?


Jakob en zijn gezin proefden ooit van vrijheid en overvloed, samen met God die zorgde en voorzag, zonder regels, vol genade. Uiteindelijk kwamen ze in angst, terreur, afgoderij en slavernij terecht. Ze bleven in Egypte, in die wereld, steken. Van vrijwillig in Egypte blijven wonen omdat ‘ik het niet zien zitten om weg te gaan’, ‘het nu zo eenmaal is’, ‘je hier weet wat je hebt’ naar gevangenschap, niet meer weg kunnen, slavernij en geen keuze meer hebben. Ze kwamen stukje bij beetje, ongemerkt geleidelijk, vast te zitten in het systeem van werelds denken, uitbuiting en misbruik.

Hoe is dat in jouw leven? Ben je vanuit een situatie waarin je vrij was, genoot, langzaamaan vastgedraaid? Voel je je geleidelijk aan zo gevormd dat je niet meer vrij bent, maar afhankelijk? Dit kan op alle terreinen van het leven gelden, op alle terreinen waarin je denken een rol speelt: in je werk, kerk, families, relaties.

We zijn geroepen om vrij te zijn! In het beloofde land rond te reizen, te genieten. Maar misschien heb je het gevoel dat je helemaal niet vrij bent. De onvoorwaardelijkheid in je relaties is weg, in plaats daarvan is er angst om te falen. Je voelt het verschil tussen toen en nu.

God roept je op om vrij te zijn. In Galaten 5:1, 13 staat dit heel duidelijk. Laat je niet opnieuw vastzetten of een juk opleggen. Sifra en Pua zijn krachtige vrouwen, omdat zij ín de moeilijke omstandigheden zich niet vast lieten zetten. Zij hielden de vrijheid van hun eigen denken en handelen vast. Zij gehoorzaamden God wel en farao niet. Zij lieten zich niet een wet voorschrijven. Een geweldig voorbeeld voor ons vandaag, waarin er soms zulke moeilijke situaties en vragen op ons afkomen en waarbij we gedwongen worden om kleur te bekennen. Sifra en Pua zullen ongetwijfeld met knikkende knieën voor farao hebben gestaan, als je het spannend vindt, is dit logisch en normaal. Maar laat je daardoor niet van je voornemen afbrengen!

Om over na te denken:

  • Denk na over Sifra en Pua en bedenk hoe jij in jouw werk kunt laten merken dat je ontzag hebt voor God.
  • Herken je de situatie waarin zij moesten kiezen tussen God en farao? Sta jij ook wel eens voor zo’n dilemma? Welke keuze maak jij in zo’n situatie?
  • Ervaar je verschil tussen toen en nu in je relaties, werk, situaties en mogelijkheden? Voelde je je toen vrij en nu gebonden? Hoe kun jij, net als Sifra en Pua, je vrijheid van denken en handelen vasthouden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *